01 november

het regent zacht
en kale bomen
kennen geen schaduw

vogels wenen
waar doden sluimeren
tijdens het leven

verstommen vissen
en sterven mensen
van ouderdom, smart

vreemd voelt de taal
maar open je hart
nu liefde verbindt

sunset 01-11-2019


in het herdenken van

de horizon,
grijpbaar dichtbij
een ronde volle maan
staat schemerend
aan d’ einder

mijn blik voert mij
naar eenzame verte
het grauwe, grijze
brengt alles nader

sunset 01-11-2019


Mijn allereerste herinnerende kerst

’t Was 1950, denk ik, 24 december. Mijn moeder was nu getrouwd met Rinus en we woonden als gezinnetje van vijf in Waterschei, Genk, in een kleine zijstraat - die nu niet meer bestaat - van de André Dumontlaan. Een simpele arbeiderswoning met twee slaapkamers, een ‘goede’ kamer, keuken en een betegelde achteruit met kleine stalling (?).
Rinus was een mijnwerker in de koolmijn van Waterschei en geen kolenhandelaar zoals mijn moeder in het begin dacht begrepen te hebben.
Hoe dan ook, het was de avond voor kerst en in Duitsland werd ‘Heilig Abend’ traditioneel gevierd en was het gebruikelijk dat om 18 uur de deur van de goede kamer, waar ook de kerstboom stond, werd opengemaakt en iedereen zijn kerstcadeaus kon vinden die door ‘das Christkind’ waren gebracht. Een traditioneel maar wel gezellig familiefeest.
Zó kende het mijn moeder, en dus ook zo nu.
En vanaf de middag reeds werden er, weliswaar Duitse want we kenden geen van allen al Nederlands, kerstliedjes gezongen. Ik ervaar het, terugdenkend, nu nog als een heel warm sfeer- en verwachtingsvol mooi moment en wanneer ik mijn ogen sluit, ruik ik nog steeds de geur van kabeljauw, ook traditioneel, die mama in een grote pot gereed had gemaakt. En allen wachtten wij op ‘papa ‘ die die dag dagpost had. Want eerder ging de kamer mét geschenkjes niet open. En werd er ook niet begonnen met eten.
Het werd 18 uur, 19 uur, 20 uur. Maar wie niet kwam was Rinus. Tot wij, uiteindelijk en onder tranen, naar bed werden gestuurd.
Ik weet niet hoe laat Rinus thuisgekomen is of hoeveel er van zijn pree nog over was; herinner mij ook niet echt een geruzie. Wel is mij steeds die pijn van ontgoocheling en droefheid van mijn moeder tot op de dag van vandaag bijgebleven. En hoe zij mij oppakte, in haar armen nam.
Misschien werd ik daar en toen ge- en zij hervormd. En begon, voor ons beiden, een niet echt emotioneel gelukkige tijd.
*********************
sunset 01-11-2019


tot hemelen zich neigen (vrij naar het boek Hooglied)

in de schaduw van Uw schepping
hebt U mij ondergedompeld
opdat ik in de duisternis
mezelf U onderdanig maak

maar welk hart is zo zuiver
dat het U aanschouwen kan
wiens verstand zo begripvol
dat hij U begrijpt?

de tekenen van Uw goedheid
blijven mij verborgen
en zelfs Uw firmament
hult zich in eentonig grijs

maar mijn hart roept
snij mij niet af van Uw zijn
maar houdt mij,
al is het maar aan een dunne draad

waaraan ik omhoog klim
wetend dat hij niet breekt
opdat ik U horen mag
wanneer mijn hartslag verstomt

gespiegeld wil ik U zien
in elke regendruppel
die honderdvoudig het licht
in fonkelende kleuren breekt

volhouden wil ik
tot hemelen zich neigen
en U mij liefdevol
Uw hand reikt
*********************
sunset 02-11-2019 


Allerzielen

de verveling wijkt
in het zinkend avondrood
en in groeiende onzekerheid

een steunen, kreunen, kraken
van schaduwspelen in grauwe zones
- dicht bij de dood strijdt het leven

maneschijn is een stil geschenk
in de zachte glans van late nachten
door sterren geïnspireerde dromende zielen

stijgt het ochtendlicht op
als goudgele zonschenkende levensstralen
op akkers van vrede
- de bloemen en zaden ontwaken

ik geef mij over aan ochtenddauw
wied de graven van mijn voorouders
en plant herfstgewassen
- levensvreugde vloeit door vermoeide harten

en hoop groent in levensbomen
bont gekleurd de weelderige herfstbladeren
- in feestelijke kledij
kondigt hij het koudste seizoen aan

zonlicht laat tig miljoenen rijmkristallen
over vertes van velden glinsteren
vrieskoude sluipt door het land
en al het levende rilt

dicht naast de dood ligt leven
en ook elke wedergeboorte
*********************
sunset 02-11-2019


ik vlucht zo ver mogelijk weg

sommigen dwalen door de laatste wouden
[waaronder ook ik]
keren de wereld hun rug toe
- wat is een mond meer dan het hart?

[ik zie een man, zittend op een rots
met een lange staf in zijn hand
ben slechts simpele toeschouwer
wijl hij zijn spiegelbeeld te drogen geeft
aan de resterende uren van deze tijd

de kraaienpootjes en diepe rimpels
rond ogen en op het voorhoofd,
putten en ravijnen van een doorleefd gezicht
waarin het linker oog droeviger hangt dan het rechter]

na meer dan zeventig jaar
vlucht ik heel ver weg
verzamel alles was op zijn einde is
en dicht het in verzen

de dood moet opnieuw geschreven
opdat alles weer kan geboren worden
*********************
sunset 03-11-2019


raven als ontbijt

het voelt goed
om tegen tranen te vechten
woorden te beluisteren
die anders niet gezegd worden
en angst over wangen te strelen
en op een hoopje te leggen
- rondom ons lege velden
bossen en heide

je blik klopt geel
en voor de blues van gedachten
een bed regenbogen besteld
waar jij op ligt
in de weerspiegeling
van barnsteen kleurige akkers
- het woud veel dichter
dan jouw geopende hand

het verschil tussen
de warmte van je borst
en de deken over mijn hoofd
wist zich uit op het behang
waar zich ons leven samenvoegt
- een vochtige wijsvinger
houdt een laatste kruimel liefde
wijl ik mij dit alles zelf wijsmaak:

jij, de hemel, slaap
en vanochtend
raven als ontbijt
*********************
sunset 04-11-2019


De kerststal

We naderen nu langzaam december. En ik verheug me er al op om de kerstboom weer minutieus te versieren, het hele huis aangekleed te zien met verlicht houtsnijwerk – uit Seiffen en omgeving waar we de laatste tijd elk jaar heengaan – en het opgebouwd kerstdorp. December is en was voor mij de enige maand in herfst en winter die mij niet depressief maakt. En dat brengt me naar die december nu een kleine zestig jaar geleden.
’t Moet zo rond 20 december geweest zijn dat mama de kerstboom aan het optuigen was. Wij woonden het eerste jaar in de Hooiopperstraat - woon- en eetkamer was maar één enkele ruimte - en daar kon de kerstboom niet, zoals traditioneel gebruikelijk, opgetuigd worden in een aparte, tot de kerstavond afgesloten kamer.
Het valt me nu te binnen dat ik me vanuit mijn jeugd wel mijn eerste kerst herinner en ook deze, maar alle anderen niet. Misschien omdat ik jaren in kindertehuizen doorgebracht heb.
Hoe het ook zij, mama was de kerstboom voor het grote open raam in de woonkamer aan het versieren met kaarsen en kerstballen. Zó van die ouderwetse kerstmannen, sneeuwpoppen en huisjes e.d. En zo tegen een uur of drie werd de voorpret plots onderbroken door een huilbui. Ik stond er wat onwennig bij. Want dat kinderen huilden, oké, maar volwassenen?
‘Mama, wat is er?’ vroeg ik met een benepen stemmetje ‘Waarom huil je nu?’. ‘Er is geen kerststal’ we hebben geen kerststal’ snikte ze. En dat we geen geld hadden om er eentje te kopen hoefde mama mij niet uit te leggen. Ik was ondertussen toch al zo oud dat ik goed begreep dat papa’s behoefte aan drank geen andere uitgaven dan die voor de noodzakelijke levensbehoeften toeliet.
Mama zo te zien huilen verscheurde mijn hart en ik sloop stilletjes weg naar boven, naar de jongenskamer. En mijn oog viel plots op mijn daar netjes tentoon gestelde trots: Boeken.
Ook toen al was ik een fervent lezer, een dromende eenzaat die verdronk in verhalen. En van het door mij bijeen gespaarde door het verkopen van oud ijzer – in die tijd kwam wat wij noemden de voddenman regelmatig in de straten om oud ijzer en oude kleren op te kopen – en wat ik kreeg voor het uitvoeren van klusjes bij de rijken, kon ik mij af en toe een droom kopen. Want wij waren arm. Dat was overduidelijk.
Ik zocht een grote papieren zak en met tranen in mijn ogen deed ik één voor één al mijn boeken erin en sloop het huis uit.
Ergens in het centrum van Genk was er een winkel, een soort tweedehandswinkel, die ook tweedehands dingen opkocht. Misschien dus ook wel boeken in praktisch nieuwe staat. Want boeken waren mij heilig. En zelfs na mijn lezen, kon je daarvan niets merken.
Ik weet nog dat dat ik hard heb moeten onderhandelen om nog iets voor mijn boeken te krijgen, maar uiteindelijk had ik dan toch een kleine veertig Franken bij elkaar. En kon ik, in dezelfde winkel, op mijn gemak de enkele kerststallen bekijken die er te koop aangeboden werden. Het eerste waar ik naar keek was natuurlijk de prijs.
Uiteindelijk bleek beslissen niet moeilijk want van de vier waren er drie hoe dan ook te duur. En zelfs voor de vierde en goedkoopste had ik vijf Frank te weinig.
Misschien zag hij het aan mijn beteuterd gezicht, misschien maakte het iets uit dat het december en bijna kerst was, maar plots vroeg de winkelier of ik iets naar mijn gading had gevonden. Ik hield nog steeds de vierde kerststal in mijn handen, zuchtte en zei ‘Spijtig, maar zoveel geld heb ik niet’. En voelde de tranen achter mijn ogen branden. ‘Tja’ antwoordde hij ‘Dan hebben we een probleem. Wat kunnen we daaraan doen?’. En hij nam mij de kerststal af en begon hem in te pakken. ‘Hier’ zei hij, en gaf me de ingepakte doos ‘En geef me nu maar je veertig Franken en dan zwijgen wij erover’.
Ik was niet echt bedeeld met goedheid in mijn leven en dus stomverbaasd. Dankbaar nam ik het pakje aan, gaf hem het geld dat ik gekregen had voor mijn boeken en liep op een holletje terug naar huis.
‘Mama’ riep ik bij binnenkomst ’Mama kijk, ik heb een cadeautje voor je’ en gaf haar het pakje dat zij voorzichtig openmaakte. En genoot van de vreugde die over haar gelaat gleed toen zij de kerststal uitpakte en onder de boom opstelde. Ik zou gewoon alles doen om haar blij te zien en haar liefde te krijgen.
*********************
sunset 04-11-2019


mijn hart is mijn wapen

‘s nachts verlaat ik mijn
dagelijks leven en ben
een speurder, verstopt me
achter spiegeldeuren
en fotografeer onder
duistere dubbele bodems

ik buig recht wat krom is
- dat kan in de nacht -
en span een net onder sterren
sta naast de zelfbenoemde
apocalyptische ruiter
als eeuwige tweede

wanneer het donker zich neigt
wordt het onkruid een bloemperk
en vervolg ik krolse katers
ren door de lege straten
en film de werkelijkheid
achter blinde façaden

het wapen dat ik bij me heb
is mijn hart als een camera
en mijn opdrachtgever
is een oude wijze man
die met een kind aan de hand
waarheidsliedjes zingt
*********************
sunset 05-11-2019


tussen opgespaarde resten

als ik ga, blijft het fantoom van woorden
die ik met mijn hand geschreven heb
al kijkt men mij hoofdschuddend na
herhaalt al mijn gestes in een slap aftreksel

en met opgetrokken wenkbrauwen
wordt er naar de deur gekeken
waarachter alle klanken van mijn schreden
en alle schreden van mijn laatste woorden
nog steeds hoorbaar zijn

en vanuit het raam zie je mij
tussen de opgespaarde resten
van alle traag geleefde uren
die besluiteloos heen en weer dwarrelen
en waar alle onbeantwoorde vragen
onzichtbaar strijd leveren met het nu
*********************
sunset 05-11-2019


ik vraag het mij af

onder het dakterras
ruisen de bomen als de zee
uit de hemel druppelt blauw

wij zitten tegenover elkaar
ik, een archief van gedichten
jij, mijn reisleider door dit leven

en ik vraag mij af
hoeveel mensen nu
aan het ontbijt zitten
de herfst inzamelen
in de vensterbank leggen
opdat het licht
met hem kan spelen
*********************
sunset 06-11-2019


zoals later aan poëzie (uit: vroeger)

vallende peren trommelen mij terug in de tijd
waarin mijn zuster vaten tegen de stalmuur plaatste
en hen met kruiwagens vol vruchten vulde
het ontiegelijk zoete van een nazomer
waaraan zich wespen zoemend te goed deden

de vaten bleven in de schaduw staan
tot de eerste vorst kwam
en mijn zus onder een grote ketel
het vuur loeiend opstookte
waar zij urenlang bij bleef zitten
om toe te kijken hoe uit een rottende soep
warme helderheid ontstond
die doorschijnend in een grote glaskaraf druppelde

dagen waarin de stank van mest en natte kleding
vervloog en alleen de geur van alcohol
in het huis te ruiken was
en waarin ik de essence van een heel jaar
uit het bord oplikte en mij daaraan de tong schroeide

zoals later ook aan de poëzie
*********************
sunset 06-11-2019


op dees novemberdag

nog liggen daken weggedoken
golven voetpaden doorheen de stad
maar weldra dansen zonnestralen
over terrassen en de pleinen

vanaf het eerste ochtendlicht
wil zon ons weer verblijden
en laat op dees novemberdag
voor ons zijn warmte schijnen

al is het niet met zomerkracht
*********************
sunset 07-11-2019


november-blues

nog zie ik muggen dansen
rozen staan in nieuwe knop
mezen tjilpen in de twijgen

wilde ganzen in de luchten
zijn reeds snaterend op reizen
door het zachte hemelsblauw

meisjes dragen open jasjes
door de straten cabrio’s
leven lijkt niet meer te mijden

ik vind ’t raar dat mij niet koud is
Allerheiligen reeds voorbij
in dit jaar dat toch reeds oud is
lijkt het buiten april, mei
*********************
sunset 07-11-2019


misschien houdt zij wel stand

[iets zoek ik - al is dat niet nieuw -
in elke afzonderlijke beweging]

in wouden bemerk ik een stroming
die van blad naar tak loopt
als een bospad dat ik kan zien
en dat telkens eindigt bij een ander dier

mij interesseert het hoe zij hun lippen bewegen
- niet zozeer wat zij zeggen -
want hun bekken kunnen deuren zijn
die mij doorheen de nachten voeren

ook zij bestaan heel verschillend
en ieder van hen spreekt een eigen taal;
in één ervan hoor ik mij over sneeuw lopen
de echo weerklinkt nog steeds in mijn oor

in een ander ben ik in een verstild bos
dat verdiept is in een tweegesprek met zichzelf
wijl ik de knorrige stammen rondom mij bekijk
herinneren zij mij aan eerdere gedroomde gezichten

ook hun monden bewegen zich
en ik versta waarover zij praten:
stilte en ook over het fenomeen tijd

[het is kwart voor zes
en traag loop ik de ochtend tegemoet
ook zij beweegt
misschien vlucht zij, misschien houdt zij wel stand]

sunset 08-11-2019


waar is Eric

Nu pas valt het me op dat wij als gezin ins mijn jeugdjaren best veel verhuisd zijn. Eerst in Waterschei, Genk en van daar naar oud Termien, Genk – achter café Welkom (?) wat voor Rinus niet de meest ideale plek was - en van daar naar het allerlaatste huis van Genk in Oud Termien – midden in wat nu het natuurreservaat de Maten is. Van Oud Termien naar de Hooiopperstraat waar wij door brand dienden te verhuizen naar de Rodenbachlaan.
Maar daarover later meer.
Wij woonden dus ondertussen in het aller, aller, allerlaatste huis van Genk, redelijk dicht bij de sluis van Diepenbeek in een heel klein boerderijtje.
Stel je een kleine langgevel boerderij voor bestaande uit een woonkamer, keuken, twee opkamers met elk een kamergroot bedstee, een ouderslaapkamer en een simpele uitgegraven en in aarde aangestampte kelder – die overigens zelfs in de warmste zomers behoorlijk koel bleef. Aan het woongedeelte aangesloten lag er eerst een soort hooi schuur en stalling en daarnaast weer de koestal. Tegenover de voordeur – bij mijn weten hadden wij geen achterdeur – op het erf stond een heel grote stenen bakoven en ietwat meer naar achteren het houten wc-huisje. Echt zo een ouderwetse Franse wc: Een opgebouwde kist met in het ‘deksel’ een kontvormig uitgesneden opening. Verder versierde een uitgesneden hart de deur die met een knip afgesloten kon worden.
Links van de voordeur, op een behoorlijke afstand ervan, lag de mesthoop en tussen en meer naar het huis toe was de waterput waar het water met een emmer aan een zwengel diende naar boven gehaald. Het vergde toch enig kunnen om de emmer zo schuin neer te laten komen op het wateroppervlak dat hij volliep met water waarna je hem naar boven kon zwengelen. De stenen opbouw van de put was een meter veertig hoog en de put zelf was zo een meter of zeven diep.
Langs de boerderij stonden drie heel statige berken en links achter lagen de vennen.
Om op ons erf te komen had je een soort oprit van een kleine honderd meter. Waar deze kiezelweg op ons erf kwam stond het hondenhok. Wij hadden een Duitse scheper die luisterde naar de naam Bobby en die enkel voedsel van Rinus accepteerde en van niemand anders. En dat was nodig ook want er waren in die tijd nogal wat stropers – waaronder Rinus zelf – en die probeerden regelmatig de waakhonden te vergiftigen.
Eric zal zo ongeveer een jaar geweest zijn die dag toen mijn moeder hem miste in de loop van de voormiddag. Zelf kon hij nog niet alleen lopen maar wel al kruipen en zich aan alles en nog wat rechttrekken. Maar waar was Eric. Wij, dat wil zeggen die kinderen die op dat moment thuis waren, werden opgetrommeld om Eric in en rond ons huis te zoeken. En natuurlijk kregen we er eerst van langs omdat we niet opgelet hadden. Al was dat ons nooit gevraagd want wij kinderen leefden ons eigen vrije leven daar en toen.
Maar goed, wij met ons drieën op zoek naar Eric. Hij was nergens in huis, niet in de schuur en ook niet in de stal. Ook op de hooizolder was hij niet. Mijn moeder hield het niet meer en ik weet nog dat ook wij, de kinderen, het huilen nader dan het lachen stond. Zeker toen wij ook nog in de waterput keken. Eric was en bleef verdwenen.
Enkele uren later, waarin Bobby quasi verveeld en liggend op zijn voorpoten voor zijn hok, alle bedrijvigheid op het erf bekeek, zaten we ten einde raad in de keuken en mama overlegde luidop waar we nog konden zoeken. En anders moest ik met de fiets naar de veldwachterspost en Eric als vermist gaan opgeven.
Zuchtend stond ik op, keek door het raam naar buiten en … Zag ik het goed? Eric kwam langzaam en geeuwend uit het hondenhok gekropen waarin hij dus al die uren gewoon geslapen had. En Bobby had hem al die tijd trouw bewaakt. Wij allemaal blij. En Eric, die door mama geknuffeld werd, begreep er niets van. Al stonk hij verschrikkelijk naar hond en zag er niet uit. Zo vuil was hiij.
*********************
sunset 08-11-2019


toch ben ik leven

ik verzwijg vloeiend in alle talen mijn onrust
schud het licht van mijn naakte schouders
- haar gewicht is te zwaar voor mijn dagen
wanneer ik tussen oceanen wandel
vragen als aas naar de vissen gooi
het schuim hen oplost
en mijn schaduw water bied
hem ruil tegen schelpen en zout

maar de golven laten hem liggen
ook al zet ik vallen uit
voor het roofdier in mijn ogen
en stuur ik een smeken naar de hemel
bouw torenhoge dammen
tegen de naakte werkelijkheid

toch ben ik intens leven
*********************
sunset 09-11-2019



woorden als parels

boomkaravanen
bestijgen toppen
van groene bergen

en tussen mijn tenen
een klavertjevier
als geluksbrenger

de droge wind
vervormt alle valse sporen
waait hen uitons huis

en jouw lippen
zuchten liefdevol
leunend tegen mij oor

openen de schelp
met woorden als parels;
glanzend en warm
*********************
sunset 09-11-2019


nieuws is soms niet te bevatten

licht is een pijl
in de nevel van ontaarding
en de stomheid
waarmee ik verslagen ben

[ondanks alles
probeer ik toch poëtischer te zijn
dan de naakte werkelijkheid]

het helpt
om elk denken uit te schakelen
*********************
sunset 10-11-2019


morgen wordt regen voorspeld

‘s avond verdwijnen de laatste buien
over het water en wordt het andere zichtbaar:
het gestrande, de laatste resten
zomersproeten die deinen op golfjes

aarzelend schuim trekt eerst naar hier
dan naar daar; geheimenisvolle draden
als een zich nooit stoppende schrijvende tekst
het afval verandert constant zijn bestemming

de overgang tussen lucht en water
blijft het verhaal van de hemel
over traag uitdrogende plassen
waait de wind de wolken weg

morgen wordt regen voorspeld
*********************
sunset 10-11-2019


tijd verwordt tot goud

woorden worden gesorteerd
in lades en kistjes
totdat men hen verstaat en gelooft

en men uiteindelijk begrijpt
wat stilte betekent
uren begint te tellen
tot tijd verwordt tot goud

in stille aanvaarding
wenen kristalheldere tranen
van dankbaarheid en hoop
*********************
sunset 11-11-2019


mijn lichaam is een landkaart

vanaf mijn geboorte
tot ik mij de eerste keer zag
heb ik grenzen getrokken
tussen borst en kin
dalen geschapen en diepe ravijnen

heb vriendschap gesloten
met mezelf allianties gesmeed
en ben lang en ver gereisd
maar nimmer meer dan een handbreedte
verder van mezelf

en wanneer ik nu gevraagd word
naar de allermooiste van mijn reizen
kan ik enkel slechts antwoorden
dat ik mezelf in mezelf gevonden heb
in mijn eenzaamheid en verlangens

al ben ik die nog altijd niet kwijt
*********************
sunset 11-11-2019


een wirwar van gedachten

van hoofdhaar tot het dennenwoud
en terug
alsof toppen en toppen eender te waarderen zijn
net als hoogtepunten van dagen
betekenis-dicht in hun samenhang
wordt ’t ongelijke rechtgezet
in ’t struikgewas en dubbelzinnigheid van taal
lijkt ’t ongelijke zelf gelijk
terug
in ’t hoofdhaar naar het dennenwoud
hoog in het heldere van dagen
toppen, tobben,

top

*********************
sunset 12-11-2019


één, twee, drie …

ergens in de winter
een witte ochtend
vol witte vlokjes

één, twee, drie …

het tellen ervan
een levensdoel
en zinloos de koude
bevroren bodem

één, twee, drie …

in de lente
krijgt alles weer
betekenis
*********************
sunset 12-11-2019



dat nimmer het mijne was

daar was de voetgangersbrug
over de sporen
het spoorwegwachtershuisje
een stationnetje

nog leefde oma en was zij
kind, als kind ik

de brug over de sporen was er nog
en het huis
een station was er al lang niet meer
en ik ging van dag naar dag
sloot vriendschap met een idylle
die de mijne was

de sporen zijn gebleven
alsook de herinnering
aan het huis

dat nimmer het mijne was
*********************
sunset 12-11-2019


Koekoeksjong

Ook wij hadden een zwart schaap in de familie. Jochen, de broer die net voor me kwam en slechts enkele jaren ouder was.
Jochen was, net als mijn oudste broer, een zoon uit mama's eerste huwelijk. Mijn oudste zuster was mama's eerste buitenechtelijk kind. En ik ...
Maar goed, het moet ergens in een zomer geweest zijn en ik zo een jaar of tien. Waarom ik denk dat het zomer was? Wij waren allemaal thuis en niemand van ons kinderen in een kindertehuis of zo. Dus het moet wel de tijd van de grote vakantie geweest zijn.
Wat de reden was, herinner ik me niet meer. Maar er was een hoog oplopende ruzie tussen mama en Jochen gaande waarvan ik, toevallig, getuige was. Niet dat die ruzie tussen mama en Jochen een uitzondering was. Hun relatie was, op zijn zachtst uitgedrukt, nogal problematisch.
Wat er ook van zij, ik zie het nog altijd levendig voor me. Mama, boos schreeuwend, aan de binnenkant van de keuken en Jochen, eveneens en niet minder boos schreeuwend, tegen de deurpost geleund.
'En hem' en Jochen zwaaide zijn vinger naar mij 'heb je het ook nooit verteld. Hij weet van niks'. Wage dich nicht' raasde mijn moeder (die in haar boosheid dikwijls in het Duits verviel). 'Hij denkt nog steeds dat hij papa's kind is en dat, en dat …'. De boosheid deed zijn stem overslaan. 'Hij ook niet meer is dan een koekoeksjong'.
Mama, witheet, deed een greep naar het potten- en kruidenrek en kreeg het volle blik suiker te pakken dat zij met alle geweld naar Jochens hoofd gooide. En hem gelukkig miste. Jochen stormde de deur uit en was, na enkele dagen? diezelfde dag? verdwenen.
'Wat bedoelde Jochen met koekoeksjong' vroeg ik met een benepen, bevend stemmetje aan mama. Het huilen stond me nader dan het lachen. Ook als kind kon ik heel slecht tegen ruzies. En al helemaal wanneer zij luidruchtig gevoerd werden.
Hoe mama het mij uitgelegd heeft toen, herinner ik me niet meer. Wel begreep ik dat papa niet mijn echte papa was maar wel de papa die voor me zorgde en opvoedde. Wie dan wel mijn echte papa was, dat hoorde ik pas veel later.
Voor mij was het als een uppercut die ik niet kon zien aankomen. En ook mijn twee zusjes en broertje die na mij kwamen, behandelden mij sindsdien soms, maar wel regelmatig, als een koekoeksjong, een buitenstaander die er niet echt bij hoorde. Kinderen kunnen, in hun simpelheid van denken en hun naïviteit, heel wreed zijn.
Toen en daar begon ik me voor het eerst heel diep in mezelf te verschuilen en ontstond, denk ik, mijn mij altijd bijgebleven gevoel van eenzame verlatenheid.
*********************
sunset 13-11-2019



wie denk ik wel wie ik ben

enkele spraakpakken
liggen in mijn koffer
steeds reisbereid
en aangepast
aan wie ik ben
[of wie ik wil zijn]

zelfs gedurende de dag
wissel ik kledij
kruip in deze of gene huid
van mijn herinneringen
waarin mijn woorden
trouwe reisgenoten zijn

soms ontbreken zij mij
omdat ik zelden voel
in mij mezelf te mogen zijn
*********************
sunset 13-11-2019


gefeliciteerd mijn lief, en nog vele jaren

’s winters weent de aarde
de zon schijnt koud-bleek nat
ontwaakt heel laat en gaat
dan veel te vroeg weer slapen

idylles bloeien in het stralen
wanneer de maan opstaat
adem ik liefde, rozen
breng jou de sterren nader

alles in ’t hier en slechts maar even
de hagel, wind en ook
de zwarte, witte wolken
in hun ontstaan reeds heengegaan

maar elke dag mijn liefste
schrijf ik vanuit mijn hart
en nooit vergeet ik woorden
al is het vroeg of zelfs heel laat

jij bent mijn licht, mijn leven
mijn blijdschap en mijn smart
die ik mag nemend geven
jij, sleutel van mijn hart
*********************
sunset 14-11-2019



wat blijft is enkel liefde

woorden, door mij zwart op wit
eeuwen geleden reeds achtergelaten
geschreven, opgeslagen
het levensblad toen omgeslagen

eens behoorden ze mij toe
en misschien vandaag keer ik naar hen terug
bekijk ze en herken mij in hen, opnieuw
ontroert zich mijn ziel

zo veel zijn er van jullie fluister ik
‘t maakt pijnvol bang zo diep in mezelf te kijken
daar nog te vele ongeschreven woorden vinden
die stil zacht hopen op mijn stem

en toch, zelfs het nooit gezegde dient gezegd,
ooit op en dag
is elke traan geweend en elke druppel bloed vergoten
en wat dan blijft is enkel slechts de liefde
*********************
sunset 14-11-2019



en nu bij jou

aan het water
in steden
op bergen
in huizen
op pleinen
en onder bomen
waar licht
schaduw neemt
achter deuren
en op vensterbanken
van het binnen komen
en het buiten gaan

daar heb ik
hen neergelegd
in het woud
op open plekken
achter houten banken
onder stenen
op gevouwen papier
weinig woorden
een heel verhaal
daar, in mij

en nu bij jou
*********************
sunset 15-11-2019


in kolkende nevelen
wankelen veren
geruisloos enkele meters
voor dat zij vermoeid
de bodem raken

zonder enige belofte
hopen zij op meer
daar waar ik mens
enkel alleen maar
vliegen wil
*********************
sunset 15-11-2019


nu groeit de koude in de hemel
en is bewoond

van negen tot vijf voor zes tot acht
van zeven tot tien van

de mensen in hun blik gegroeid
blijft hij echter ongezien
*********************
sunset 16-11-2019


dus is zij gebleven

hier liggen de tranen
en hier de zomer
herinneringen
op papier gezet:
een niet geleefde jeugd
het eerste geluk
[en ook het laatste]

geschreven zinnen
en gelezen woorden
sommigen daarvan
nooit verzonden brieven

hier die nacht
toen in maart
nu vijfendertig jaar
in het verleden
een engel
en ook een sterrenregen
al ligt hier nog de smart
die ik nimmer
iemand kon geven

dus is zij gebleven
*********************
sunset 16-11-2019


over de tuin
de geur van herfstdagen
rozen zijn uitgebloeid
*********************
sunset 17-11-2019


weldra weer in ‘t Ertsgebergte

bij het denken aan Seiffen
de vorst voelen en het buigen zien
van besneeuwde takken van bomen

en hoe koude zich nestelt
tussen de dennenappels
de ijspegels bewonderen
glinsterend in een winterzon

aan geen enkel leed denken
nu de wind zacht zingt
hem beluisteren bij de klank
van stemmige kerstliederen
wijl niets zichzelf is

en iets toch is
*********************
sunset 17-11-2019


de stad wordt stil

wanneer de nacht
door straten trekt
van daken druppelt
dwalen gedachten
doorheen levenstuinen
dansen met krokussen
door bedauwd gras

wanneer mensen
lichten doven
wordt de stad stil
en de maan lacht
*********************
sunset 18-11-2019


iemand draagt een tas

het avontuur zit in de bus
een breiende vrouw
en het knopen van draden
met onze levenspaden

de bomen aan langs de weg
worden oud en een heer
draagt een gekleurde stropdas
dat meisje daar drinkt cola

niemand kent elkaar
anders dan in het zichtbare
en wij zwijgen de ruimt
tot bij het uitstappen

waar wij reeds
aan het volgende denken
- iemand draagt een tas
vol met onze verhalen
*********************
sunset 18-11-2019


herfst

ik draag ademgaten op mijn huid
twee vanaf mijn pols tot mijn schouderblad
en eentje schuins op mijn borst

jullie zien hen niet maar ik adem door hen
adem door de twijgen van een dennenbomen
en in mijn herfst adem ik het vergeten
van mijn lippen het verlies in mijn hand
*********************
sunset 19-11-2019


en altijd weer de hemel

vandaag heb ik mij in de hemel gelegd

gewacht tot ik sneeuwvlok word
en al glinsterend vallend

word ik weer kinderlachen
tot de noordenwind komt
en mij verder drijft

ik over weiden regenen mag
- wat blijft: het vallen
het terugkeren

en altijd weer de hemel
*********************
sunset 19-11-2019


warm ademen
lijven omhelzend

oprijzend wegzinkend

en tussen vingertopjes
liggen druppels zweet
zichtbaar parelend
op de huid
*********************
sunset 20-11-2019


mezelf het liefst dichtbij

nog is er licht
en de tijd verloopt
in minuten
van vogelzang

hun aparte tonen
en het breekbare
van hun klanken
dragen tot bij mij

niet het verhaal
van tegen de muur
van het kerkhof
neergelegde bloemen

noch de melancholie
in de droeve beweging
van koffielepeltjes
in leeggedronken kopjes

maar wel het verlangen
immer diep hunkerend
naar altijd maar jou

en mezelf het liefst dichtbij
*********************
sunset 20-11-2019


woordenschroot
de taalbodem
met letters
maanbeeld verzoet
garen gedachten
in dag en ’s nachts
over alles verwonderd
*********************
sunset 21-11-2019


het komen en gaan
der getijden
[als herinnering]
die soms maan
soms leven zijn
[door niemand verstaan]
in verhalen
die stil fluisteren
[diep in jezelf]
*********************
sunset 21-11-2019