opdat letters niet verschrikken

het eerste gedicht
dat samen met mij
‘s morgens wakker wordt
sluimert meestal nog
en ik blijf heel stil
opdat de letters
zich niet verschrikken

mijn tweede gedicht
is eerder als een poes
die snort en melk drinkt
terwijl ik geniet
van koffie aan mijn computer

poëzie verheugt zich steeds
door jou gezien te worden
wetend dat jouw ogen
haar steeds weer lezen
*********************
sunset 01-01-2020



enkel lippen blijven rood

sterren schijnen helder boven de wolken
zij zoeken ogen die voor hen kijken
wanneer zij zich verwijderen, gaan zij dicht

tuinen groeien terug in de velden
met aan weerskanten stenen
die straten onder zich begraven

zelf liggen zij verankerd in zinnen
en aan lantarens bengelen gedoofd de lampen
kerktorens staan pal in de tijd

zolang regen en wind het toelaten
beschermen daken het gisteren
met woorden als huizen voor de doden

de ochtend is de avond, de middag de nacht
en stappen klinken als het gefluister van bomen
de hemel verruilt de klinkers van namen

enkel lippen blijven rood
verbergen zich in de winter, zegt men
onder de sneeuw komt het kerkhof tevoorschijn

mij lijkt het alsof dagen zich voorwaarts bewegen
*********************
sunset 02-01-2020



ik voel de argwaan van het leven

in dromen spreken halve zinnen
volledige verzen
zij gebruiken naakte woorden
om het inhoudelijke te verdraaien
en het duister van nachten
definitief weg te schuiven

de beelden zijn foto’s van mij;
wanneer ik er niet ben
tonen zij mijn afwezigheid
terwijl ik in het onbekende leef
waar alles verboden is
zelfs intiemste gedachten

en ik de argwaan van het leven voel
*********************
sunset 03-01-2020


alle grote beloftes ten spijt

men zegt over de evolutie
dat zij de toekomst
een stukje hemel schenkt

maar de tijd is gekomen
waarin het licht terug gespoeld wordt
lucht niet meer te ademen is

alle grote beloftes
verzanden in het niets
en de grote verliezer is de mens

eenzaamheid wordt algemeen
totdat enkel lege wensen blijven
voor het nieuwe jaar

en winterse middagen in het park
nog slechts daklozen bij elkaar brengt
om zich oprecht te warmen
*********************
sunset 03-01-2020


eeuwige liefde

al dat wat dagen levenswaard maakt
het blijven zien van het licht van de zon
goede gesprekken bij een heerlijk glas wijn
het kijken vanaf het balkon naar de sterren

de geur van voor mijn vroegste kindheid nog
die zich heeft ingebrand diep in mijn hart
en alle effecten van het opnieuw herkennen
bij dat wat ik steeds doe en ben

maar het allerbelangrijkste, dat jij er altijd bent
*********************
sunset 04-01-2020


op sommige dagen ben ik grijs
op anderen blauw of rood
soms ook wel groen of geel

zwart ben ik niet noch enkel wit
maar meng eenvoudig alle kleuren
schilder mijn leven bont
*********************
sunset 04-01-2020


mijn hemel begint hier

waarom zou ‘k opstaan
wanneer het ochtendlicht
zich door de kieren wringt

ik wil je nog niet loslaten
nog niet uit ’t bed gaan
voeten op een koude vloer zetten
maar liever eeuwig liggen blijven
veilig geborgen in jouw armen

waarom de rolgordijnen openen
en alle sterren tellen
mijn hemel begint reeds hier
*********************
sunset 05-01-2020


mijn zinnen dansen

dompel mij onder
in deze vloed
wanneer in nachten
mijn zinnen dansen

zij mij steeds
weten te vinden
zolang mijn lijf
nog wakker is

ogen niet slapen
tot in de ochtend
bij het licht van de zon

’s nachts brandt mijn zee
in lichterlaaie
*********************
sunset 05-01-2020


doden wensen hun vrede

een bruine uil fladdert en maan
staat goudgeel te pronken in het raam
velden zijn naakt en bomen nog kaal

wolken kussen vrijelijk de sterren
in lucht die mild is en vochtig
hoor je in verte lente reeds zingen

de graven staan donker; hun stenen
als naakte vingers, rechtop
reiken zij naar eeuwige hemel

de doden wensen hun vrede
vernietigen het duister en het kwaad
het gras drinkt wuivend hun tranen

liefde brandt altijd diep in mijn hart
*********************
sunset 06-01-2020


waar eenzaamheid in spraak begint

als eenzaamheid reeds in spraak begint
en het duister in het licht
de iris een witte leugen van de zon

past in uitgespreide armen de andere
als men weet hoe hem vast te houden
zó dat hij niet wegglipt of zich verbergt

gesloten ogen vermoeden de stilte van monden
en al stroomt uit hun opening de taal
waarmee zij de liefde stelen
zijn zij bereids stappen te ver
in het hiernamaals van ons leven

waar eenzaamheid in spraak begint
en duisternis in het licht
is de iris een leugen van de zon
*********************
sunset 06-01-2020


in koele ochtend lucht
die reeds naar lente geurt
ook al doen regen-zware wolken
nog aan de zachte winter denken
de tijd van wisseling van seizoen
is toch bijna weer daar

het ene eindigt
waar het andere begint
nu de natuur,
traag onafwendbaar
overgaat in ‘t volgend jaargetijde
*********************
sunset 07-01-2020


wij verdienen het niet

mijn toetsenbord
is nog steeds luid
in deze rustige nacht

[ik trek rolgordijnen dicht
lik mijn te droge lippen
luister naar het geluid
van de verwarming]

in de horizon
vouwen zich rimpels
over de aarde
nu uren traag kruipen

wortels van orchideeën
als hulpeloze vingers
houvast zoekend
verankeren in de lucht

[soms wens ik mij
dat wij als mensheid
tezelfdertijd
stoppen met ademen]
*********************
sunset 07-01-2020


dan branden wij ook [een brief aan de mens]

[wie zegt dat sterren niet schitteren
slechts zwarte gaten zijn
de maan maar een spiegel
en de oceaan een woestenij]

wouden verbranden omdat wij hen blussen
de zon is koud in schaduw van steen
oerwouden zijn dood door zure regens
wij vliegen heen op vleugels van staal

wij föhnen het ijs van ons beider polen
ik huil, huil heel stil want luid ben ik nooit
schrijf ons een lied zonder leesbare woorden

wij trappelen en stampen, branden en martelen
moorden en vreten en zijn zelfs de monsters
een en een was hier nimmer een twee

reeds proef ik het einde als stof in mijn longen
droog en ook nat verstikkend verdrinkend
staat alles in vlammen waaraan wij ons warmen

en op ’t allerlaatst, dan branden wij ook
*********************
sunset 07-01-2020


Waarom zijn zij niet komen zingen?

Van wie we het geërfd hebben [ moet wel van mijn moeder zijn want wij hadden verschillende biologische vaders] is een onduidelijkheid, maar zowel mijn twee oudere broers als ikzelf konden redelijk goed [samen] zingen. Mijn twee oudere broers waren hoe dan ook muzikaler dan ikzelf: Jochen speelde op latere leeftijd gitaar en imiteerde Elvis, en onze ‘Wolf’ speelde later zeker niet onverdienstelijk trompet. Maar in die tijd waarin zich dit speelde, ging het enkel om het zingen.
Dat wij arm waren had ik al verteld. En vanuit die armoede was het lekker meegenomen dat wij elk jaar Drie Koningen gingen zingen. Verkleed wel te verstaan. En als ik me niet vergis, was ik diegene die de zwarte koning speelde.
Dagen van te voren werkten we aan onze kronen [van stevig karton, beplakt met goud papier] en zochten we onze kleding uit. We hadden alle drie een soort cape-sleep van [oude] gekleurde tafellakens [die toen in de mode waren] en verder elk een donkerbruine draagmand van riet en een lange redelijk stevige puntige stok die wij zelf gesneden hadden en van schors ontdaan.
Zo zijn we jaren op stap gegaan [in tijden dat ik niet in kindertehuizen verbleef] door heel Oud Termien en geen huis noch boerderij werd door ons overgeslagen. Het fijnste vonden wij dat wij geen snoep noch geld [ dat trouwens een rariteit was bij de keuterboertjes e.d.] kregen want wij waren heel blij met de eieren, worst en spek; het eerste voor in onze manden en het tweede werd aan de puntige stokken geregen.
In mijn beleven waren wij de enigste die daar Drie Koningen gingen zingen [ bij mijn weten kwamen wij nooit een ander trio tegen]. En als we ’s avonds laat thuiskwamen waren wij trots op het door ons opgehaalde dat netjes bij de etensvoorraad werd gelegd en heel goed van pas kwam.
Ik denk dat onze stemmen goed bij elkaar pasten en ook dat wij een uitgebreid repertoire hadden [al weet ik niet meer welke liederen wij zongen] wat mede een verklaring was voor de hoeveelheid die wij elk jaar weer ophaalden .
En het allergrootste compliment kregen we dat jaar dat wij wegens omstandigheden [ik weet echt niet meer welke] geen Drie Koningen konden gaan zingen. De dagen erna kwamen ettelijke mensen thuis langs om te vragen en te kijken wat er aan de hand was. Men had ons namelijk gemist.
*********************
sunset 08-01-2020


de trein rijdt altijd verder

de trein rijdt stapvoets
ik zit tegen de rijrichting in
zie alles wat achter blijft
wat verlaten wordt, verdwijnt

indien het zo uitkomt
stijg ik onderweg uit
loop met de trein mee
en de stoel tegenover de mijne
ziet nu wat mij tegemoet komt

dan, na een lange tijd,
stap ik voorzichtig weer in
aan de hand van mijn oudste kleinzoon

sunset 08-01-2020


hij verdraait de kalender


de wind is te warm
voor deze tijd van het jaar
hij verdraait de kalender
waarmee wij hoop
tegen genoegen omruilen

januari neemt zijn eigen pad
zonder werkelijk winter te worden
- ik bescherm mezelf niet meer
en kleed mij te luchtig

houd mij niet aan mijn afspraken
en geef hen mee aan dertien, veertien jarigen
die met gesloten ogen de straat oversteken
om het leven uit te dagen

of het tenminste te overrompele
n
*********************
sunset 08-01-2020


ooit smelt alle sneeuw [over de opwarming van de aarde]

het is niet zo
dat alles verdwijnt
wanneer het winters sneeuwt
enkel dingen veranderen
gestaltes worden zachter
zijn minder herkenbaar

neem nu de bomen
zij zijn niet meer naakt
maar bekleed
met witte eekhoorns
met sneeuwduiven
hazen en zeldzaam licht
dat het oog bedriegt

kleuren verdwijnen
in een smetteloos wit
alsof het de eerste keer is
een eerste aanraking
of een vorm zonder beschrijving
woorden zonder enige echo
mensen zonder naam

maar het is niet zo
dat ik mijn woorden schrijf
achter een andere waarheid
die zich kromt en wankelt
in het wisselende licht
- ooit smelt alle sneeuw
in zijn eigen wit

voelen alle kleuren
zich daarin thuis
*********************
sunset 09-01-2020


il silenzio

Wij woonden ondertussen in de Hooiopperstraat in een grote sociale nieuwbouwwoning van Nieuw Dak. Jochen, het zwarte schaap van onze familie en maar enkele jaren ouder dan ik, was niet meer in beeld. Op een dag was hij eenvoudigweg verdwenen. Maar daarover later meer.
Wij, dat waren dus de overgebleven 4 jongens en de meisjes. Wolf had als oudste, en mama’s favoriet, zijn eigen kamer, dan was er een jongenskamer en een meisjeskamer en natuurlijk de ouderslaapkamer. Rinus had zich neergelegd bij het verlies van de keuterboerderij en had een nieuwe passionele hobby ontdekt: Duivenmelken. Hij was er, naast het bijhouden van zijn uitgebreide moestuin, de hele dag mee bezig. Maar drinken deed hij onverminderd veel. Minimaal één fles van de goedkoopste rode wijn die er te krijgen was. Want ondanks dat moeder werkte, Rinus een pensioentje trok, waren en bleven wij arm.
Ook al trokken wij met Driekoningen niet meer zingend door de wijk, de muzikaliteit, en zeker bij Wolf, was gebleven. Hij had, via school, trompetspelen geleerd en was daarin beslist niet onverdienstelijk om niet te zeggen echt goed. En wel zo dat hij deel uitmaakte van het schoolorkest.
In die tijd, het einde der vijftiger jaren, werd, tenminste op het Atheneum Genk, het schooljaar afgesloten met een bonte avond van sketches, zang en voordrachten en natuurlijk muziek. Het was een hele eer om van die bonte avonden deel te mogen uitmaken dus iedereen deed stinkend zijn best. Zo ook Wolf. En wel zo dat hij dat jaar solo mocht tijdens die bonte avonden. Er waren enkele voorstellingen gepland in de nu niet meer bestaande locatie Rembrandt en daarvoor werd dus duchtig gerepeteerd.
Ik herinner mij uit die tijd meestal mooie zomerse juni maanden (maar misschien zijn mijn herinneringen, zoals veelal gebeurt, daarover verkleurd). En in dat jaar, dat weet ik zeker, was er een periode van heerlijke zonnige dagen. Wat maakte dat wij door de warmte meestal moeilijk insliepen ondanks dat alle slaapkamerramen wijd open bleven.
Het moet zo rond een uur of wij ‘s ochtend geweest zijn dat plots iedereen in huis, en in de wijde omgeving, wakker schoot. Je moet weten dat onze wijk in een soort kom gebouwd was waarvan de Hooiopperstraat de bovenste rand was. En van daar schalde, op dat onzalig vroege uur, il silenzio over de hele wijn.
Wolf, die slaapwandelde, had niet beter gevonden dan in zijn slaap zijn trompet te nemen en voor het wagenwijd geopend raam il silenzio te spelen.
Nu zou ik me niet kunnen voorstellen dat zoiets nog gebeurt. Maar toen was het, en dat gedurende enkele dagen, hét gesprek van de dag in onze wijk en op school.
Overigens, zijn optreden op de bonte avond was een grandioos succes.
*********************
sunset 09-01-2020


terugblik

het spiegelbeeld is er weer:
het kleine huis van rode bakstenen
ernaast drie hoge berkenbomen
de plaats van het toneel

hier speelt zich mijn jeugd af
en niemand steelt de show
er zijn gesprekken tussen stenen
uitgroeiend tot een koor

versvoeten dansen de heide wakker
en de Leuvense stoof
ventileert warmte in de winter

op mijn stiefvader wacht
’s zomers opgewarmd bier
schuim op zijn lippen

ik zie reeds de dromen achter mijn ogen

*********************
sunset 10-01-2020



terugblik 2

mensen groeten elkaar
over de heggen
of van achter de flanken
van trekpaarden
in de lucht roepen
instemmende vogels

met het eggen
worden grenzen getrokken
en stallen staan leeg
net als de hondenkotten

’s avonds het kikkerconcert
en duivenstront valt
op de was die hangt te drogen
aan de hemel over de velden
voeren muizen een buizerd
roekeloos aan de lijn
*********************
sunset 10-01-2020


overal kleeft zweet

a
koestische signalen stijgen op
tonen vliegen als blijmoedige vogels rond
scheuren vluchtgaten in een grijze hemel

onze hoofden zijn rood als papieren rozen
rood als onze lippen die zich naderen, zich openen
hemelse muziek wordt luider en overal kleeft zweet

jij knoopt onze jeans open, vlijt je aan mijn kloppend vlees
mijn handen liggen stevig op jouw lenden
en in dit beleven naderen wij weldra het amen

[het is alsof bij een haastig drinken
het water in beekjes je kin afloopt]
*********************
sunset 11-01-2020


de wereld wordt een hel

toekomst is een leeg huis in de nevel
naar waar mijn hoop op bedevaart gaat
mij lokt met warme roep

een plaats die ik niet zal bereiken
wanneer ik struikel en zij aan mij voorbij raast
als een uitgedoofde ster

de vlammen van mijn verlangen
laaien hoog op in het open landschap
waarin ik haar nog steeds zie

ook al bewaart zij haar geheim
laat zij enkel een vaag spoor achter
dat zich in de verte verliest

en al kruizen mij wegen van liefde
leef ik in een heel slechte tijd
waarin wereld de hel wordt
*********************
sunset 12-01-2020


droombeeld Venetië

vanaf de boot uit wazige nevels
zie ik de stad als droombeeld verschijnen
telkens en telkens, tot in het detail
voel ik de zeewind op gortdroge lippen
huil om haar tranen die ik immer nog ween

de bogen, pilaren van paleizen en kerken
gebrande tegels op het gespitste groen
de hoge torens die langzaam wandelen
en achter de haven ontplooien zich straten

dan zie ik een vrouw, een jeugdige schone
die dromerig omkijkt, haar blik naar de zee
de schepen die traag op het water nog deinen
tot zij verder gaat in het naderend duister
en ik kijk haar na, zo lang als ik kan
*********************
sunset 13-01-2020


reeds loop ik ietwat krom

als wij samen zijn
trek ik het donsdeken weg
het bed is het midden
en ik leg mij
tussen dat wat begint en ons
jij laat de engelen zingen

tot jij ’s morgens moet gaan
de kamer leeg achterlaat
ik mij onder de dekens verschuil
het bed blijft lijfwarm
en januariregen
miezert tegen de ruiten

op de witte muren
groeit alweer het verlangen
wijl lakens mij slapend omarmen
loop ik ietwat krom
voorzichtig als op glad ijs
traag klopt mij hart

ik tel de uren naar straks
*********************
sunset 13-01-2020


de winter neigt zich traag ten einde

of beter nog: hier ligt geen oor
hier klikt het zingen van een koor
wanneer je over weiden loopt
je hoofd te luisteren legt

met ook je vingers diep in d’ aarde
en woelend voelen, ruiken
de geur van leven die je daar omringt
in melodie van lente die reeds zingt

de winter neigt zich traag ten einde
*********************
sunset 14-01-2020


ook al sijpelt geluk


in deze stad
van eeuwige liefde
beklim ik de Eiffeltoren
en kus de lippen
van mijn lief
die haar ogen
gesloten houdt

warm verankerd
onze handen
en in de verte
de vervuilde Seine
die zich spiegelt
in de pupillen
van de ander

verstikkend de lucht
van eindeloze
toeterende auto’s
onder een zomerzon
ook al sijpelt geluk
onophoudelijk
in mijn hart

ik neem vakantie
van alle gesprekken
over oorlog en vrede
stort mij blind
in dit centrum
van liefde en leven
gedurende dag en nacht
*********************
sunset 14-01-2020


dagen buigen zich steeds dieper

dagen buigen zich steeds dieper
voor wind die uit het zuiden waait
plassen spiegelen licht in d‘ ochtend
nog is de winter niet gezwicht

ver is de reis van lente naar
een lente die reeds vroeg begint
en in het park de eerste merel
die nu al over liefde zingt

misschien is mij de tijd gebleven
dat ik mijn dromen slapend leef
en wil hemel mij belonen
omdat ik steeds in wolken zweef

dagen buigen zich steeds dieper
voor wind die uit het zuiden waait
nog bloeit mijn kerstroos vrolijk verder
ondanks de kou die naar haar graait
*********************
sunset 15-01-2020


een dagje stad

ik loop door de stad
en de stad
loopt door mij door

ik zwem tegen de stroom
en de stroom
zwemt tegen mij

ik staar in etalages
en de etalage
staren naar mij

ik ga roltrappend naar boven
en roltrappen
brengen mijnaar beneden

ik ren door winkels
en de winkels
rennen er met mij vandoor

moe loop ik door de stad
en de stad
loopt vermoeiend met mij mee
*********************
sunset 15-01-2020


ik zie het dagelijkse grijs

wat ik zie is het dagelijkse grijs
anders dan het stralend wit
dat negentig procent
van muren en kozijnen is
of niet vloer of plafond

het buiten draait rond mijn binnen
zodat, wanneer ik ogen sluit,
ik reeds achter de sterren ben
*********************
sunset 16-01-2020


dromen

nog slaapt het meer
en ligt heel stil
in donkere nacht
benut een vis
de rustige tijd
en schrijft zijn lied

het klinkt zo:

het meer slaapt
en het is stil
vanuit de hemel
wenkt een ster
ongezien door ’t water
dat slaapt en droomt

van een ster
hoog in de hemel
die een lied schrijft
over het meer
dat slaapt en droomt
in donkere nacht

van de vis
die in het meer woont
en een lied schrijft
in donkere nacht
zoemt een ster
hoog in de hemel

het lied van de vis
*********************
sunset 16-01-2020


woorden zwijgen nooit

de nacht draagt zwijgen
brengt het van de ene naar de andere

ik val door handen van taal
neem een foetushouding aan
en probeer te slapen
onder deze enorme inktzwarte hemel

maar de woorden die ik liefheb
zwijgen nooit, spreken uit mijn verzen
met de stem van iemand
die op de koude aarde
zijn hand ophoudt
stom op een aalmoes wacht
*********************
sunset 17-01-2020



allemaal heel gewoon

ook ik leef nog onder een prachtige hemel
vol met vogels en vissen in het water
allemaal gewoon en zo ontiegelijk mooi

zie hoe een wolf het pad volgt
met lange veerkrachtige sprongen
wijl ik vanop mijn dakterras
de maan bekijk die haar eeuwige baan gaat
in het koude, donkere blauw

op moddervochtige bermen glanzen
hout, plastiek en ander afval
zoals dingen uit metaal

allemaal heel gewoon
*********************
sunset 17-01-2020