nu vlinders onnodig slapen

leg mijn hoofd op je buik, je navel is een schelpimitator:
zacht, bruisend en ik hoor een blauwe walvis zingen
over de tederheid van je kleine teen,
zingen over de lange reis naar het koraalrif van jouw knieën
waar ik wakker wordt op een vingertop die ik verlegen kus
waarna ik afsla naar de palm van je hand
het gloeiend licht in je rimpelingen volg

zie boven mijn hoofd de sterren van je tanden knipperen;
je schoot zweeft boven onze geparelde hoofden en lijven
en je borsten, je kont … hoe laat ik koorts in jou verzinken
nu vlinders onmondig slapen in onze buiken
jouw vrouwelijkheid een geluid, een geur is
en er geen regels meer bestaan, geen adempauzes
net als in een nog niet geschreven gedicht

in het onderbewustzijn een goddelijke drank die ik adem
als ik je hoofd in mijn handen hou en mijn ogen sluit
en de wereld niet meer dan één enkel punt wordt
waar liefde zich concentreert en het heelal
luid uitbarst in niet te tellen sterren

sunset 01-05-2024


liefde is zonder woorden

de stroming wordt sterker
een zon werpt glinsterend vonken
we sproeien en gloeien zoals vroeger
verliezen onze voeten van dichtbij
alles gaat als vanzelf, drijft ons verder

in een ritme tot ver in de onderloop
houden we losjes vast aan de blikken
verschuift de positie het midden van woorden
en praten we in tongen, zingen als geesten;
we zijn gebaard door het leven

lezen, leven is één en hetzelfde
in de kern zijn we altijd al twee, zeg ik,
liefde is anders de zin, zeg je,
en zwemt ons vooruit naar de zandbank;
liefde is zonder woorden, verstevigt
en vindt altijd je mond voor een zoen

ademloos slik je pas weer op vaste bodem

sunset 02-05-2024


voor Sarah, mijn jongste

Sarah, die op haar zachte manier
houdt van superlatieven op het hoogste niveau;
een onverzorgde baard ‘walgelijk!' verkondigt ze
en ‘oma Maatje is het zachtst’

over een steen ‘wrijf hem met je hand, hij is de warmste’
of ze zegt dat ze van geel houdt
omdat dat het, het meest gouden goud is
en roze is mooi omdat het, het mooist is

en hoe de schommel, als ze meer en meer vaart krijgt,
zich hemelt samen met ritselende bladeren van een berk
wijl ze lacht, mooier dan de mooiste zonneschijn

sunset 02-05-2024


schokkend stilvallen

schakel alles uit, of het nu licht of leven is
en wat je zo-even
zei - we willen niet praten,

enkel maar op blote voeten over water lopen
en wel zolang tot onze hielen
bloeden - begrijpen

doen we niets, maar dat maakt niet uit
want onderweg wordt de zon bleek
en bleker, het lichtgevende

op je voorhoofd straalt helderder
dan ooit tevoren, en ook de tepels
van je borsten zijn als stralende

sterren die donkere lichamen verlichten
- ik zak af naar de bron
van wat is, versnel

val uiteindelijk schokkend stil

sunset 03-05-2024


zacht en uitgestrekt

ik ben mijzelf heel nabij
en jij ligt verder van mij af
voorbij de rand van mijn kussen
al zijn je contouren van je lijf
voor altijd in mij ingebrand

je lichaam dat ik aanraak
met mijn tong is nat
het haar vastgelijmd door zweet
aan de binnenkant van je huid
en onder je oksels

en daarna, als we elkaar loslaten
in die momenten elkaar herkennen
et de nacht diep in ons verzonken
liggen wij daar, zacht en uitgestrekt
en stromen over van liefde

onze ogen wagewijd open

sunset 03-05-2024


wij gedenken de doden, vergeten de levenden

ik blijf hier niet,
ook al laat de wind
het gebladerte van de wilgen
in de zomer
als onderrokjes ritselen,

zelfs niet als in de winter
tussen de sporen
van konijnen en reeën
een eenhoorn slaapt
gevangen in een maagdelijke schoot
vind ik het nog niet fijn
ook al is hier mooi,

[maar er heerst een verrotting
van harten die nooit zullen vliegen
en het stof van dorre geesten
ligt als een vloek over het land

eindeloos ren ik hier
tegen menselijke muren
en val toch altijd op mezelf terug]

waarom zou ik gebukt
over veld en weide
moeten lopen
als ik ook rechtop
verdwijnen kan

sunset 04-05-2024


hoorbaar alom

ik drink de tijd
van rozen,
bladloos glanzend,
als liefdesknop
waar in het spel van tongen
plooien zich
hunkerend openen
tot zachte spleet

en het zwelt op,
beeft
om de vochtige fakkel;
onze adem,
hoorbaar alom,
lost heel geluidloos op

sunset 05-05-2024



hopen op die ene zwaluw

voor het laatst geserveerd
een correspondent van fantasie
al springt het nog steeds in het oog
het geluid van het schoppen

we zitten in dezelfde boot
mijn schaduw en ik
en speel de akkoorden voor mezelf
- niet elke mogelijkheid
is een te plukken kers -

in een fractie van vallende regendruppels
moet ik je waarschijnlijkheden delen
ofschoon gemarkeerde vensters vol mos
als ornamenten van boomkronen
veerkrachtige eenbenige en eenhandige
op de grond citeren

twee kleurige nachten bloeden wonden
en in ons traumatisch weer-zwijgen
in hartgekerfde kalenderblokkeringen
druppelen kleine kristallen
als bloed aan vingers
ook al zwijgen afgewende helften
het licht van de dag
en trekken slapende vogels
uit wolken het lot
verbergen wij ons
tot op vandaag
achter een stralende hemel

laat ons wonden naaien
met witte draden, vederhuid
en magnoliabloemen
ondanks de lege schoenen
en verspreide ledematen
hopen op die ene zwaluw
die eindelijk de lente maakt

sunset 05-05-2024



nog brandt de zon niet

ga, zonder iets te verlaten
bereik je dorpel na dorpel,
groeit het jongste kind
onder glas van je polshorloge

en marcheren bomen
met ingehouden adem
door altijd hetzelfde

een vrouw aan de leiband bekent
de scheef aan elkaar genaaide kleren
als lijfgeworden idee van waanzin

- ga, ga, nu bossen nog steeds
in de einder hangen
en de zon nog niet vurig brandt

sunset 06-05-2024


hoe waterlelies strelen

ik ken haar, ze is stil en slikt bergen in
met haar blik - hoe waterlelies me in het donker strelen,
zich veranderen tot portalen van angsten, mij aanraken
als een punt, een gesproken woord en bij mij horen

kennis is nutteloos, richting vormloos, afstand en tijd
bepalen - de leeftijd van de aarde is jong, zegt ze,
en telling begint met de eerste gesis van een slang
beweging dankt zijn naam aan de weg en vóór God,

verkondigt een breuk elke geboorte, leer ik,
met mijn hoofd onder water - in mijn gezicht
leest een vis de breking van licht en zwemt verder
[een vis is een kamer die ik nooit verlaat, is een deur

in een rijk dat zich als blaadjes van de lente opent]
ondanks dat het te koud is, omcirkelt mijn hoofd
en keert terug naar het begin, naar het struikgewas
van een woning die bestaat uit groeten tot ze weggaat

om over weiden te dwalen, door lucht te zweven,
achter haar geur aan op de rug van vogels die me
betoveren, trekt ze weg met gesloten longen, wijd open
mond op zoek naar veren voor een nest - omdat ze vliegt,

is het zwaar, het moment waarop ik wakker wordt
uit de droom die mij niet meer gehoorzaamt
- een inscriptie past in het beeld van haar open hand
put haar uit door de vraag: waar was je toen ik werd geboren?

sunset 06-05-2024


het is tijd

lente eet mijn blad uit de hand
we zijn vrienden
pellen de tijd uit noten
leren haar te gaan,
terug naar de bolster

in de spiegel lijkt het wel zondag
als nog in dromen wordt geslapen
de mond waarheid spreekt;
mijn oog daalt af
naar het geslacht van mijn geliefde

we kijken elkaar aan
zeggen dat het donker is,
houden van elkaar
als klaprozen en geheugen
slapen als wijn in de mosselen

wij staan omhelsd in het raam
en vanaf de straat
kijken ze naar ons
- het is tijd dat de steen
moeite doet om te bloeien

dat de onrust
in harten klopt

sunset 07-05-2024



alsof het reeds een zomerochtend is

het lichaam van je stem is zwaar
als opgestapelde wolken boven de Alpen
met toppen, fictief en veranderlijk,
die bergen vernederen tot ze
plat liggen als een landkaart van zichzelf

sterke snaren, naar beneden gespannen
en vastgemaakt aan de toppen van sparren
laten zich enkel plukken, niet strelen,
en dat alleen op de juiste momenten

wat de boog ondertussen vasthoudt, is vluchtig
zoals een steenslag of een herinnering aan,
hoe zich de jou toegewend helften,
van mijn lichaam naast je, opwarmen
alsof we reeds in een ochtend van de zomer zijn

sunset 07-05-2024


soms weet ik het niet meer

ik graaf mijn armen uit,
uit een leeg graf
alsof ik het gisteren
voor hen geopend heb
klimmen zij over het dak
en hebben zich
aan mijn zijde gelegd
alsof zij mij kennen

ik heb een hand
die vanuit mij schrijft
mijn ogen droogt
ook al kan ik niet
echt gaan lopen
zonder lucht om te ademen
en weet ik niet
of ik mij nog toebehoor

sunset 08-05-2024


blauwer dan blauw

het blauw van een zee
verwerpt mijn woorden
wanneer de wereld
onder mijn huid weent

een haai doorkruist de golven
in liefdesovermoed
om overweldigd te rusten
in de armen van lichtgevende kwallen

in een nacht die net zo stil is
als de stilte van de ochtend
hunker ik naar wat het blauw
van de zee ver te boven gaat

ik wil slechts liefde en leven

sunset 08-05-2024



laten we het verspreiden

de lucht is gevuld
met geschreeuw van meeuwen,
de zee wiegt degenen
die naar het land van dromen
worden gedragen,
de horizon opent
zijn licht voor de lente

laten we nu,
in onze dagen,
ravotten en dwalen,
dat de één de ander
besprenkelt met water,
laten we het woord verspreiden
als tekst waarvan het einde
steeds opnieuw begint

om het dan
als een andere taal
ter wereld te brengen

sunset 08-05-2024


een moment in de herfst

verlangend zien
hoe takken buigen
en, later nog, breken
vol zware vruchten
tussen gebladerte,

verdwaald en stralend

eenzaam en mild, dichtbij
verzinkt de laatste zonne-
schijn, omspeeld door stemmen
het hoofd, de hand, en ik
noem jou en de stilte
in dit herfstelijk licht

je park, je bank, het getjilp
en kastanjes die vallen,
slaan op het grind, het zand
en ik zie je voeten,
bijna zo wit als veertjes,
schommelen en rusten

sunset 09-05-2024



een roos

op een boekenmarkt zocht ik een roos
tussen twee boekomslagen
hoewel ik er bijna zeker van was
dat niemand er eentje
in had geplaatst

het laatste boek
heb ik niet meer in handen genomen
zelfs niet meer geopend

ook al heb ik veel fouten
hoop hebben is er geen van
maar wel de angst
dat deze zoektocht
succesvol zou kunnen zijn

nu, jaren later,
ga ik opnieuw naar een markt voor oude boeken
met een roos in mijn hand
maar het juiste boek kan ik niet meer vinden

hoop ligt in mijn open hand
maar ik zie niemand die naar haar zoekt;
angst zit in mijn hart
maar er is niemand die ze wil nemen

ik open de roos en doe er een boek om;
over tien jaar zal iemand het begrijpen

sunset 09-05-2024


daar let ik wel op

ik kijk door mijn ogen
naar de wouden, de dorpen
en de huid van de huizen
met mij in een kamer
als kind daarachter

nu klaag ik al
om mijn krimpen
het bos, zijn tranen
om zijn geruisloos verdwijnen
[vader en moeder waren
nooit te moe te zwijgen]

niemand keert ooit
terug naar huis
uit de dood
al wandel ik te voet
met ogen van jou,
kralen die ik op je wimpers leg

en er op let
dat ik voor de avond
weer thuiskom
om in de kamer te slapen
met jou die warmte verspreidt

en licht, liefde en leven

sunset 10-05-2024


niets ontsnapte daaraan

ons huis plakte tegen de vennen aan
het hout zwart door alle winters
sloeg de zon schaduwen over de velden

het leven kende niet veel woorden
en het zwijgen rook naar vochtig gras
dat zich uit de grond verhief

in kasten hingen de weinige kleren
die bestoft naar seringen roken en een vlinder
werd door spinnendraden vastgehouden

stappen op de planken van de vliering
telden de stappen op de planken daaronder
waar het huis rustte met erboven de wereld

naar wie weg waren, werd niet meer gevraagd
bloemen versierden hun graven
en de kerk torende boven alles uit

niemand sprak nog over dromen en al te snel
werd vergeten wie ze 's nachts toebehoorden
al zagen de ogen nog steeds wat ze waren

soms verteerde het vuur een huis
namen de vlammen het mee naar de dood
niets kon daaraan ontsnappen

sunset 11-05-2024


mijn leven

laatste nachtvorst heeft alles uitgegomd
jonge kleuren braken en jij schreef me
verwisselde jezelf en je naam
en sprak aan een andere deur

het hout was te hard voor je zachte lippen
het ruisen van de bomen na de brand
was nog warm
en jij rook mijn haar uit je mond

mijn hoofd was naakt en vloeibaar
met een open hand in het water
en mijn gezicht zwom in je blik terug
ik schreef me zonder woorden het oude uit

het was geen brief, maar wel mijn leven

sunset 11-05-2024


wij vinden tot elkaar

woorden, geluidloos geboren
in de ochtend als ribben
die uit de nacht breken
en ons begeleiden over
een dag-vreemde zee

wij spreken over tegenstrijdigheden
antimaterie en droomverlangens
van blauw rode zeilen
op ons droomschip
dat zich nieuw gevonden nadert

wij zien ons hoe we zijn
wachten tot de ochtend
ons het voorhoofd verplettert
- wij vinden tot elkaar
in het spannen van  onze huid

sunset 12-05-2024


herinneringen maken

het geheugen, als het de één
na de andere herinnering opgeeft,
verblindt door woorden

in lege ruimtes tast jij je langs muren
die je handen grijpen
over deuren die je niet opent

aan het raam, blikken die soms donker
dan weer helder zijn, wijken ogen
en een stem wordt gevormd door geluid
dat niet verder draagt dan het zwijgen

nog eenmaal wandel ik
met bodemloze stappen
door het huis
waar het licht schaduwen uitsnijdt

krab mijn vingers, tot bloedens toe
open aan randen
en iemand volgt me, verstrengeld
de armen, de blik

ik vraag om langer te mogen blijven
- voor de deur wacht al een lijkwagen
maar zijn motor is nog niet gestart

sunset 13-05-2024